Op zoek naar het perfecte cadeau van van Deudekom werd mij
verteld dat die niet voorradig was. Ik wou perse een boek geven aan de vrouw
die 40 werd en keerde terug naar het anker dat Campert heet. Liefdesschijnbewegingen
is altijd een goed cadeau.
“Is het een cadeau” vroeg de mevrouw van de boekenwinkel me
en ik beaamde dat door te zeggen dat ik alles van Campert al had. “Woensdag
komt ie in de kerk” vertelde ze me. “Doe maar een kaartje” mijn repliek.
Ik stap de kerk binnen en ik heb er zin in. Campert is een
van de grootste schrijvers van Nederland en ik wil hem de verhalen wel eens
horen voorlezen, die mij nooit zijn voorgelezen en al helemaal niet door de
auteur zelf.
Op het kaartje stond “Koorlezing” en dat woord boeide mij al
dagen. Wat zouden ze in godsnaam bedoelen met “Koorlezing”? Campert leek me
niet echt een religieus type, dus ik tastte in het duister. De ceremoniemeester
van de avond geeft opheldering. “Het heet koorlezing, omdat het in het
koorgedeelte van de kerk plaats vind” Gelukkig, weer een raadsel de wereld uit.
Ik ga vooraan zitten, met slechts een rij gereserveerde
stoelen voor me. Daar neemt Remco plaats en ik zeg nog even dat ie daar niet
moet gaan zitten, omdat die rij gereserveerd is. “Kan me niets schelen” bromt
een rug voor me, want zich omdraaien doet ie niet.
Onhandig (hoe anders) begint Campert aan het voorlezen van
zijn altijd grappige verhaaltjes en ik wacht gespannen op het verhaal dat
grappiger is dan alle andere verhaaltjes ooit geschreven. Een verhaal dat ik al
meer dan honderd keer heb gelezen en dat nooit verveeld, maar het komt niet. Natuurlijk
is de rest ook leuk, maar ik wil zijn meesterwerk. De pauze breekt aan en
daarna is er enkel nog plaats voor gedichten….
Mensen kopen boeken, om ze te laten signeren door Campert. Ik
loop een paar rondjes door de kerk en aanvaard de confrontatie met ons bloedige
verleden. Want de kerk hangt vol met dood en verderf. Kinderen die onthoofd
worden, mensen met zwaarden door hun keel, doodshoofden, kruisridders en
teksten die me beangstigen. En wij maar zeuren over de Koran…
Als bijna iedereen is geweest, sluit ik me aan in de rij.
Zonder boek. Dat blijft niet onopgemerkt, want achter mij wordt mij verteld dat
ik niet in de rij sta, omdat ik geen boek heb. Ik verzeker ze dat ik wel in de
rij sta en alle boeken al heb.
Ik ben bijna aan de beurt en ik word zenuwachtig. Dat is een
rare gewaarwording en geenszins verwacht. Campert lijkt dan wel op een strenge
meneer, maar hij schrijft zo grappig, die moet dus wel aardig zijn. Ik ben aan
de beurt.
“Ik heb geen boek om te tekenen, maar wel een vraag” De
schrijver kijkt niet op of om en reageert met een “hé”? “Zou u voor mij “Tot
zoens” voor willen lezen?”
“Heb ik niet bij me” is zijn antwoord en ik ben eerder teleurgesteld
in zijn bejegening dan in het feit dat ie het verhaal niet bij zich heeft. Ik
ga netjes weer op mijn plaats zitten en voel me kut. Waarom is die man nou zo
onaardig tegen me?
Campert gaat weer op zijn plaats staan, stoot bijna een glas
wijn van het spreekgestoelte, en begint te praten. “Nu volgen nog enkele
gedichten en een grappig verhaaltje op verzoek”
Mijn hart klopt in mijn keel (waarom in godsnaam?) en met
ongekende spanning hoor ik mooie gedichten aan en uiteindelijk begint Campert
aan het verhaal over zijn avonturen in Barcelona. De hele zaal/kerk ligt krom
van het lachen en ik voel tranen.
Na afloop zoek ik hem op en bedank hem uit de grond van mijn
hart. Hij verontschuldigt zich en zegt dat ie nog ergens een stencil had
gevonden met de tekst. En dat het voor hem ook veel te lang geleden was dat ie
dit verhaal voor heeft gelezen.
Met een welgemeend tot zoens verlaat ik de kerk.
Laatste reacties